De ADHDominee 2
2.1 Omgaan met jezelf en acceptatie
Acceptatie is misschien wel één van de moeilijkste processen in het leven. Niet iets wat je even “besluit”, maar iets wat zich langzaam vormt, vaak door pijn, door confrontatie en door tijd. Want laten we eerlijk zijn: je kiest er niet voor hoe je geboren wordt. ADHD is geen keuze, geen fase en ook geen etiket dat je jezelf aanpraat. Het is een onderdeel van wie je bent, verweven in je denken, je voelen en je handelen.
Maar wat gebeurt er als je gedurende je leven steeds weer hoort: “Je bent wel erg druk” of “Dat is soms best vermoeiend”? Hoe goed bedoeld die opmerkingen soms ook zijn, er zit een onderliggende boodschap in die diep kan binnenkomen: jij bent niet goed zoals je bent. En als je dat vaak genoeg hoort, ga je het op een gegeven moment geloven. Het nestelt zich in je hoofd, wordt een stem die zich herhaalt en langzaam je zelfbeeld begint te vormen.
Tot op de dag van vandaag merk ik dat dit mij nog steeds raakt. Opmerkingen over mijn drukte of mijn manier van doen brengen me soms in één klap terug naar vroeger, naar dat gevoel van anders zijn. Naar de vraag die ik mezelf zo vaak stelde: waarom kan ik niet gewoon zijn zoals anderen?
In mijn jonge volwassen jaren probeerde ik daar een antwoord op te vinden, en eerlijk gezegd zocht ik dat antwoord vooral buiten mezelf. Ik begon me te spiegelen aan anderen, hen te observeren en vervolgens te imiteren, in de hoop dat ik daarmee een betere versie van mezelf zou worden. Ik keek bijvoorbeeld veel preken van Henk Stoorvogel en dacht: als ik me nu eens wat rustiger gedraag, wat meer zoals hij, dan komt het misschien wel goed met mij.
Later deed ik precies hetzelfde met mijn stagebegeleider Maurits. Ik keek naar zijn houding, zijn manier van spreken, zelfs naar hoe hij zich kleedde, en probeerde dat zo goed mogelijk over te nemen. Als ik er nu op terugkijk, zie ik eigenlijk dat ik mezelf langzaam aan het kwijtraken was, in een poging om te worden wie ik dacht dat ik moest zijn.
Afgelopen week stuurde mijn moeder mij een foto van het begin van mijn tijd als dominee. Het was confronterend om te zien. Alles aan mij leek toen een rol, een zorgvuldig opgebouwd beeld van wat ik dacht dat een dominee hoorde te zijn. Maar Linda, mijn vrouw, zag dat al veel eerder dan ik. Zij zei altijd tegen mij: “Ruben, blijf nou gewoon jezelf. Druk zoals je bent, want dat is de mooiste versie van jou.”
Die woorden bleven ergens hangen, maar het duurde lang voordat ze echt in mijn hart landden.
Op een dag zei ze iets wat me diep raakte: “Vroeger kleedde je je als een dominee, maar nu bén je gewoon een dominee door wie je bent.” Dat moment was voor mij een keerpunt. Het liet me zien dat mijn waarde niet ligt in hoe goed ik anderen kan nadoen, maar juist in het durven zijn wie ik werkelijk ben.
Wat zou het mooi zijn als we als kerk en als samenleving meer van die houding zouden laten zien. Dat we een plek creëren waar mensen niet worden afgerekend op hun label, maar juist tot bloei mogen komen in wie ze zijn. Waar ADHD niet langer betekent “Alle Dagen Heel Druk”, maar juist “Alle Dagen de Heer dienen” — vol energie, vol passie en vol creativiteit.
Want uiteindelijk is dat precies hoe God Zijn gemeente bedoeld heeft. Zoals Paulus schrijft in 1 Korinthe 12: het lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele. Juist in die verschillen zit de kracht. ADHD, autisme, hooggevoeligheid — het zijn geen beperkingen, maar unieke manieren waarop God mensen heeft gevormd, ieder met een eigen plek en een eigen opdracht.
Misschien lees je dit en herken je jezelf. Misschien worstel jij ook met het gevoel dat je anders bent, dat je niet helemaal past in het plaatje. Dan wil ik je dit meegeven: je bent niet alleen. En nog belangrijker — God kijkt niet naar jou zoals mensen dat doen. Hij ziet geen label, geen tekort, maar een mens die Hij bewust en met liefde heeft gemaakt.
Zoals in Psalm 139 staat: “Ik loof U, omdat ik ontzagwekkend wonderlijk ben gemaakt.”
Jij bent geen vergissing. Jij bent een wonder.
Acceptatie is geen eindpunt dat je bereikt en waar je vervolgens klaar bent. Het is een reis, een proces van loslaten, van omarmen en van leren kijken naar jezelf door de ogen van God. En geloof me: dat is een weg die tijd kost, maar die het meer dan waard is.
2.2 Van metselaar tot Bijbelstudent
Als je mij op mijn vijftiende of zestiende had gevraagd wat er van mij zou worden, had ik je waarschijnlijk vrij nuchter aangekeken en gezegd: metselaar. Werken met mijn handen, stenen stapelen, gewoon doen wat voor me lag — dat was mijn wereld en eerlijk gezegd dacht ik dat dat het wel zo’n beetje was.
En toch was er iets anders dat al die tijd op de achtergrond meespeelde. Een diep verlangen naar de Bijbel, naar Gods Woord. Vanaf jonge leeftijd wilde ik begrijpen, ontdekken, discussiëren. Ik bezocht Bijbelstudies, ging gesprekken niet uit de weg en was altijd klaar om mijn mening te geven. Misschien soms iets té klaar.
Dat werd pijnlijk duidelijk tijdens een huwelijksgesprek bij Jaap van der Zeeuw. Hij stelde vragen over ons geloof, ons leven en ons huwelijk, en ik — enthousiast als altijd — nam het gesprek volledig over. Tot hij me op een gegeven moment onderbrak en zei: “Ruben, ik heb jou nu gehoord, mag Linda ook wat zeggen?”
Dat moment typeert mij misschien wel het beste: altijd aan, altijd vol gedachten, altijd in beweging.
Toch begon er in die periode iets te groeien. Samen met mijn zwager ontstond het idee om naar de ETS Bijbelschool te gaan. Een spannend plan, want niet iedereen had daar vertrouwen in — en eerlijk gezegd had ik dat zelf ook niet altijd. Maar het verlangen was sterker dan de twijfel.
Het was geen makkelijke weg. Met de hakken over de sloot heb ik de opleiding in vier jaar afgerond, maar ik heb het gehaald. En juist dat proces gaf me iets wat ik daarvoor niet had: het besef dat God soms meer in je ziet dan jij zelf durft te geloven.
In diezelfde periode was ik actief in de evangelisatie binnen de Baptisten Gemeente Vroomshoop. Mijn hoofd stond nooit stil en ideeën bleven komen. Soms misschien wat chaotisch, maar altijd gedreven door een verlangen om mensen te bereiken met het evangelie. Samen met anderen lukte het zelfs om twee gemeenten aan elkaar te koppelen en als één team het dorp in te gaan.
Als ik daar nu op terugkijk, zie ik hoe God dat allemaal gebruikt heeft. Mijn drukte, mijn ideeën, mijn energie — het was niet alleen een uitdaging, maar ook een instrument.
Ja, altijd “aan” staan is soms vermoeiend. Het zorgt ervoor dat ik mezelf voorbij kan lopen en dat rust nemen iets is wat ik echt moet leren. Maar tegelijkertijd is het ook een gave. Het helpt me om kansen te zien, snel te schakelen en met passie te werken aan Gods Koninkrijk.
Van een jongen die dacht dat hij metselaar zou blijven, naar iemand die mag dienen in Gods gemeente — dat is geen verhaal van eigen kracht, maar van Gods leiding. Stap voor stap, precies op Zijn manier.
2.3 Omgaan met anderen
Omgaan met mensen is voor mij misschien wel één van de grootste uitdagingen. Relaties vragen aandacht, structuur en continuïteit — en laat dat nu precies de dingen zijn waar ik moeite mee heb. Soms denk ik wel eens dat ik een boek zou kunnen schrijven over alle mensen die ik heb leren kennen. Vriendschappen die intens begonnen, maar door de drukte van het leven toch weer verwaterden.
En toch zijn er ook vriendschappen die blijven. Die niet afhangen van perfectie, maar van trouw.
Een mooi voorbeeld daarvan is Andreas. Iemand die ik heb leren kennen in mijn tijd in de bouw. Samen met Anita vormt hij een bijzonder stel, mensen die de Heer liefhebben en met wie ik veel heb meegemaakt. Andreas is iemand die me wekelijks belt — of andersom — en met wie ik een band heb die verder gaat dan woorden.
Hij heeft mij nooit veroordeeld om mijn chaos. Al moet ik eerlijk zeggen dat hij als baas soms wel wat moeite had met mijn manier van werken: ongeorganiseerd en af en toe een flinke puinhoop. Maar als vriend stond hij er altijd. Onze vriendschap is, om het zo maar te zeggen, zo sterk als beton.
In mijn werk als dominee spelen relaties een centrale rol, maar daar zit ook een spanningsveld in. Je wilt dichtbij mensen zijn, maar tegelijkertijd ook een bepaalde afstand bewaren. Niet iedereen kan je vriend zijn, en dat besef heeft mij geholpen om daar bewust keuzes in te maken.
En ja, daarin maak ik fouten. Ik vergeet afspraken, plan dingen dubbel en kom soms chaotisch over.
Maar ik heb geleerd om daar eerlijk over te zijn. Dit is wie ik ben: een herder met zijn gebreken. En dat is oké.
Zoals in Galaten 6 staat: “Draag elkaars lasten.” Dat is de kern van gemeenschap. Niet perfect zijn, maar elkaar dragen. In eerlijkheid, in genade en in trouw.
2.4 ADHD als kracht in het werk
Laat ik er niet omheen draaien: soms worden mensen echt gek van mij. Of het nu de raad is, taakveldleiders of gewoon mijn eigen vrouw — als ik eenmaal “aan” sta, dan ga ik er ook vol voor. Dan verwacht ik soms dat iedereen meegaat in mijn tempo en enthousiasme.
Laatst had ik zo’n dag waarop ik Arjan, één van mijn “gabbers” uit de raad, meer dan honderd appjes stuurde. Ja, dat is veel. En ja, zelfs hij zal gedacht hebben: kan het ook iets minder?
En toch zit er achter die intensiteit iets moois. Mijn passie is vaak ongeremd, mijn doorzettingsvermogen groot en mijn verlangen om mensen mee te nemen in Gods werk oprecht. Voor mij voelt dit werk niet als werk, maar als een roeping.
De uitdaging zit voor mij niet in het onderdrukken van die energie, maar in het leren sturen ervan. Weten wanneer ik gas moet geven en wanneer ik juist ruimte moet laten aan anderen. Want niet iedereen denkt en werkt zoals ik, en dat hoeft ook niet.
Zoals in 1 Petrus 4 staat: “Laat ieder de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om anderen te dienen.”
Mijn energie is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een gave die goed beheerd moet worden.
2.5 Geloof en zingeving
En dan misschien wel het meest eerlijke stuk van dit verhaal: geloven, stilte en gebed.
Hoe vaak hoor je niet dat je stil moet worden voor God, dat je rust moet zoeken, dat je moet leren luisteren in de stilte. Maar als ik heel eerlijk ben: dat lukt mij gewoon niet. En ja, dat zeg ik als dominee.
Tijdens een 24/7 gebedsmoment werd ons gevraagd om vijf minuten stil te zijn. Vijf minuten. Het leek een kleine opdracht, maar voor mij voelde het als een eeuwigheid. Mijn gedachten gingen alle kanten op en ik was vooral bezig met de vraag wanneer het voorbij zou zijn.
Ook tijdens bidstonden merk ik dat ik na een paar minuten de draad kwijt ben. Niet omdat ik niet wil luisteren, maar omdat mijn hoofd simpelweg doorgaat. Elk geluid, elke beweging haalt me uit mijn concentratie.
Maar ergens in dat alles heb ik iets ontdekt wat mij enorm heeft geholpen: God is niet alleen te vinden in de stilte. Hij is er ook in de drukte.
Ik ervaar Hem in gesprekken, in beweging, in het leven dat bruist. Mijn leven is geen stil gebed, maar een levend gebed. Een voortdurende stroom van indrukken, gedachten en ontmoetingen waarin ik God zie en ervaar.
Psalm 100 zegt: “Dien de HEER met blijdschap.” En dat is precies hoe ik Hem beleef.
God vraagt niet dat we allemaal op dezelfde manier geloven. De één vindt Hem in stilte, de ander in beweging. De één in rust, de ander in het rumoer.
Het belangrijkste is niet hóe je Hem zoekt, maar dát je Hem zoekt.
Dus als jij ook moeite hebt met stilte, als je hoofd nooit stil is — weet dan dit: God kan daar prima mee omgaan. Hij heeft jou zo gemaakt, en Hij wil jou ontmoeten precies daar waar jij bent.
Reacties
Een reactie posten